Rosmalen 21 december 2012.

Lieve Bert, dief van mijn hart,

Ja, meisje,

 

 

Vele honderden toespraken heb ik in mijn leven gehouden. Dit zal de meest liefdevolle en bijzonderste toespraak worden in mijn bestaan.

Ja, meisje dat was je gevleugelde uitspraak als ik binnenkwam, waar dan ook. Het is een dierbare uitspraak die ik nooit zal vergeten.

Vanaf 2006 hebben wij veel meegemaakt samen. Je eerste herseninfarct, er volgden er nog zes van klein naar groot. Wat een drama. Knokken dat kon je. Je geloofde er niets van dat hersenletsel niet kon herstellen. Zodra er weer een toegeslagen had begon jouw strijd. Sporten, sudocu’s, tellen, namen opnoemen en ga zo maar verder. Knokken om er weer bovenop te komen. En ik knokte met je mee. Dat ging soms gepaard met heftige emoties. Heftig, zoals je in alle opzichten, op alle momenten kon zijn.

In februari pakten we samen de draad weer zoetjes aan op, rustig opbouwend begonnen we weer te wandelen. Zaterdag, 3 maart in Geldermalsen, een tocht van 20 kilometer.

Het noodlot sloeg daar toe. We waren amper een paar kilometer op weg toen jij me aanstootte. Je wees naar je hoofd en keek angstig naar mij. Ik wist het meteen, daar is er weer een. Vanaf die tijd is alles anders geworden. Vanuit het ziekenhuis ging je op 20 maart naar De Tolbrug, het revalidatiecentrum. Het leek aanvankelijk goed te gaan maar al spoedig raakte je in de war. Op 24 mei ging je naar Huize Pauda in Boekel alwaar wij samen de heftigste tijd van ons leven hebben doorgebracht. Oh jongen, wat een vreselijk drama, wat heb jij daar mee moeten maken. Ik kon het niet meer aanzien. Je kachelde achteruit. Ik heb mijn stinkende best gedaan om het zo aangenaam mogelijk voor je te maken maar ik realiseerde mij dat je daar weg moest en wel zo snel mogelijk. Gelukkig heb je op Maria Oord, nog twee maanden liefde volle zorg gekregen. Daar zijn wij de mensen van Unit 2 dankbaar voor.

Vaarwel, Cinthy, vaarwel heb je heel vaak tegen mij gezegd.

Vaarwel Bert, tot morgen! Zei ik dan.

Je hebt het aanvoelen komen Bert. Wij spraken regelmatig over de dood en wat daar bij hoorde. Je wilde niet meer dat het uiterste voor jou gedaan werd als het niet goed zou gaan met jou. Je sprak de dokter toe en keek mij daar met lede ogen aan…. Ik wil niet zoals Johan Willem Friso, sorry Cinthy…

Nooit is duidelijk geworden waarom jij bloedstolsels aanmaakte in je lichaam. Sommige zaken zijn niet te verklaren.

Met alle elende bleef je soms heel scherp van geest, dat gaf hoop. Tijdens de second opinion in het academisch ziekenhuis  in Utrecht zag je diverse etsen van Jan Montijn hangen aan de muur. Je legde de zuster haarfijn uit wat zijn dynamische achtergrond was. Ik was apetrots op je!

Als wij samen met vakantie gingen zocht jij altijd de muziek uit. Je had er een ‘neus’ voor om speciale muziek uit te zoeken. Roxanne Potvin was zo’n cd-tje. We gaan zodadelijk naar het nummer luisteren dat jou zo dierbaar was en waar we samen veel naar geluisterd hebben. Jij wist heel goed wat dit lied betekende. Ik heb het laten vertalen door Laura.

 

Lieve Bert, ik heb je 35 jaar geleden ontmoet, tijdens 11-11-bal in de Artistieke Schuit in Den Bosch. Het is het beste wat mij is overkomen. Bert, lief en leed hebben we altijd samen gedeeld in ons huwelijk. In goede tijden en slechte tijden. Daar hebben wij ons altijd aan gehouden.

Je bent een enorme steun voor mij geweest, 35 jaar lang. De huwelijkskaars daar >>>staat symbool voor ons leven. Ik ga je missen Bert maar in mijn hart zul je voor altijd bij me zijn.

Totslot:

De laatste tijd zong je steeds een paar regels van een liedje. We hebben het opgezocht op internet. Het zou van Fransje Bouwer zijn. Hoewel jij geenszins iets tegen hem hebt is het toch niet jou soort muziek.

Het klonk liefdevol en daar zal ik mij aan vast houden.

Samen met jou,

Samen met jou,

Samen met jou……

Alles is gezegd Bert. Vaarwel, goede reis en tot ziens.

 

Je liefste, ja meisje, je dief van je hart, je vrouw,

Hyacintha Maria, Cinthy Meulblok